Het tweede nummer van jaargang 64 van Internationale Neerlandistiek is verschenen. Dit nummer bevat drie artikelen en twee boekbesprekingen. De onderwerpen van dit nummer zijn divers. Dit nummer begint met een artikel van Kaat Jambé, Carola Strobl, Gert De Sutter en Jim Ureel over crosslinguïstische invloed uit het Nederlands, Duits en Engels in de mondelinge en de schriftelijke taalproductie van leerders van het Zweeds als derde taal. Dan gaat het verder met een artikel van Chris Joby over Het Nederlands en het ontstaan van de Maleise grammaticale traditie waarin hij schrijft over de eerste pogingen om de grammatica van het Maleis te analyseren. Aansluitend duiken we in de wereld van stripvertalingen met een artikel van Christine Hermann De vele vele namen van Suske en Wiske. Een Vlaamse strip in Duitse vertaling. Sinds 1953 zijn er herhaaldelijk pogingen ondernomen om deze striphelden ook bij een Duitstalig publiek onder de aandacht te brengen. Zonder blijvend succes. Na een overzicht van de vertaalgeschiedenis worden in deze bijdrage enkele Duitse vertalingen uit verschillende decennia bestudeerd, met vooral aandacht voor de vertaalstrategieën.
De boekbesprekingen bieden een mooi inzicht in de geschiedenis van het Vlaams in Noord-Frankrijk en in de geschiedenis van de meertaligheid in Friesland en de aard van het Friese ‘Nederduits’ dat zich daar in de loop van de eeuwen naast het Fries vestigde.
Bekijk hier het volledige nummer via de
Website van Amsterdam University Press
Artikelen
- Crosslinguïstische invloed uit het Nederlands, Duits en Engels in de mondelinge en de schriftelijke taalproductie van leerders van het Zweeds als derde taal.
Door Kaat Jambé, Carola Strobl, Gert De Sutter & Jim J.J. Ureel
Dit vooronderzoek verkent lexicale en syntactische crosslinguïstische invloed bij leerders van het Zweeds als derde taal (L3) met Nederlands als eerste taal (L1) en Duits of Engels als tweede taal (L2). Het effect van twee variabelen die tot nu toe onderbelicht zijn in transferonderzoek wordt bestudeerd: het verschil tussen gesproken en geschreven taalproductie en een weinig onderzochte talencombinatie (L1 Nederlands, L2 Duits of Engels, L3 Zweeds). Daarvoor wordt lexicale en syntactische transfer geanalyseerd in een corpus met gesproken en geschreven taaluitingen van 17 gevorderde L3-leerders van het Zweeds.
- Het Nederlands en het ontstaan van de Maleise grammaticale traditie.
Door Chris Joby
Hoewel verschillende andere culturen vóór 1600 contact hadden met het Maleis, waren het de Nederlanders die als eersten grammatica’s en grammaticale analyses van de taal publiceerden. In 1674 verscheen wat kan worden omschreven als de eerste uitgebreide grammatica van het Maleis, geschreven door Johannes Roman, een predikant van de Nederlandse Hervormde Kerk. Het doel van dit artikel is om deze vroege pogingen van Nederlandse auteurs tot de beschrijving van de Maleise grammatica en de verbeteringen in hun begrip ervan, te behandelen. Een groot deel van de vroege beschrijving van de Maleise grammatica vond plaats binnen het kader van de opkomende Europese grammaticale traditie, die sterk werd beïnvloed door de studie van de Latijnse grammatica. De auteur analyseert echter in dit artikel pogingen van auteurs, waaronder Roman, om een emisch of intern perspectief te hanteren bij de beschrijving van bepaalde kenmerken van het Maleis, zoals het systeem van affigering. Waar mogelijk behandelt hij tevens de receptie van deze grammatica’s in Oost-Indië, de Nederlandse Republiek en elders in Europa.
- De vele namen van Suske en Wiske. Een Vlaamse strip in Duitse vertaling.
Door Christine Hermann
Een van de populairste en langstlopende Vlaamse stripseries is Suske en Wiske, bedacht door Willy Vandersteen in 1945. Deze reeks is ook in Nederland erg populair geworden. In andere taalgebieden is ze echter aanzienlijk minder bekend. Tussen 1953 en 2017 zijn er herhaaldelijk pogingen ondernomen om deze striphelden ook bij een Duitstalig publiek onder de aandacht te brengen. Blijvend succes bleef echter uit.
Na een overzicht van de vertaalgeschiedenis worden in deze bijdrage enkele Duitse vertalingen uit verschillende decennia bestudeerd, met vooral aandacht voor de vertaalstrategieën. Er zal worden nagegaan hoe de vertalingen omgaan met de humoristische elementen en met de ‘typisch Vlaamse’ kenmerken (verwijzingen naar de Vlaamse cultuur of geschiedenis en andere cultuurspecifieke elementen) waaraan de verhalen hun populariteit te danken hebben. Hoe wordt het ‘Vlaamse karakter’ aan een Duitstalig doelpubliek aangepast? Is er een verandering van de vertaalstrategieën over de jaren heen vast te stellen?
Boekbesprekingen
- Het samenspel tussen taal, politiek en onderwijs in Frans-Vlaanderen
Boek: Pekelder, Jan (2024). Verboden Vlaams te spreken. Het verhaal van een Nederlandse streektaal in Frankrijk. Amsterdam, Uitgeverij Lias.
Door Melissa Farasyn
Het Nederlands in Noord-Frankrijk, dat vaak Frans-Vlaams of in de streek gewoonweg Vlaams genoemd wordt, vormt een van de minst bekende variëteiten van het Nederlandse taalgebied. Het wordt gesproken in het Franse Noorderdepartement ten noordwesten van Rijsel, waar eeuwenlang variëteiten van het West-Vlaams gesproken werden. Het Frans heeft er inmiddels vrijwel overal de rol van omgangstaal overgenomen, al zijn er op het platteland nog een aantal oudere sprekers van het Vlaams overgebleven. De belangstelling voor het cultureel erfgoed van de regio is de laatste jaren opvallend toegenomen.
De huidige taaltoestand in Noord-Frankrijk kan echter niet begrepen worden zonder inzicht in zijn externe geschiedenis, d.w.z. de politieke, sociale en onderwijskundige krachten die het gebruik en de geleidelijke teloorgang van het Vlaams door de eeuwen heen hebben beïnvloed. In Verboden Vlaams te spreken probeert Jan Pekelder, emeritus hoogleraar synchrone taalkunde aan de Sorbonne en gasthoogleraar aan de Karelsuniversiteit in Praag, precies daarin helderheid te scheppen. Hij doet dat niet alleen door de historische ontwikkelingen te reconstrueren, maar ook door fundamentele vragen te stellen over wat een taal en wat een dialect is en hoe het Vlaams daarin past.
Met Verboden Vlaams te spreken heeft Jan Pekelder een rijk en gedegen overzichtswerk geschreven over de geschiedenis van het Nederlands in Noord-Frankrijk. Zijn analyse maakt duidelijk hoe nauw taal, politiek en onderwijs in Frans-Vlaanderen met elkaar verweven zijn en hoe eeuwen van taalbeleid hebben bijgedragen aan de geleidelijke marginalisering van het Vlaams. Door zijn grondige brononderzoek, en in het bijzonder door de integratie van Franstalige documenten die in de Nederlandstalige literatuur vaak onbenut blijven, biedt het boek een stevig historisch fundament voor toekomstig onderzoek naar deze regio.
Pekelders studie vormt een waardevolle bijdrage aan de geschiedschrijving van het Nederlands. Ze biedt een heldere synthese voor lezers die het Frans-Vlaams en de positie ervan in de maatschappij willen begrijpen in zijn historische gelaagdheid. Verboden Vlaams te spreken is daarmee een boek dat niet enkel documenteert, maar ook ordent.
- Het Nederduits in Fries perspectief
Boek: Jonkman, Reitze J. & Versloot, Arjen P. (2025). Het Friese ‘Nederduits’. Beknopte geschiedenis van de Nederlandse taal in Fryslân. Ljouwert. Uitgeverij Afûk.
Door Pieter Duijff
In 1435 werd de samenvoeging van de toenmalige stad Leeuwarden en het aangrenzende terpdorp Oldehove tot een stad vastgelegd in een Friestalige oorkonde. In deze oorkonde staat onder meer dat Hollanders geen burger van de stad mogen worden. Uit de tekst blijkt dat de Friezen toen ten minste enige aversie tegen Hollanders hadden. Mogelijk was het een uiting van minder positieve ervaringen met Hollanders.
Wat de redenen ook mochten zijn om Hollanders te dwarsbomen, overduidelijk is wel dat er contacten met hen waren. Zonder twijfel spraken deze Hollanders een andere taal dan in het Friese gewest. Het Friese ‘Nederduits’. Beknopte geschiedenis van de Nederlandse taal in Fryslân gaat uitvoerig in op de geschiedenis van de meertaligheid in Fryslân én de aard van de taal die zich in de loop van de eeuwen hier naast het Fries vestigde. Deze meertaligheid is niet alleen het resultaat geweest van de komst van Hollanders: de Friezen kwamen ook in aanraking met andere talen vanuit het oosten. Zowel economische noodzaak als bestuurlijke veranderingen hebben de Friezen uiteindelijk vaardig gemaakt in het Nederduits, waaruit later het huidige Nederlands is ontstaan. De auteurs betogen overtuigend dat er gaandeweg een scheidslijn tussen verschillende taalvariëteiten ontstond.
Vooraf formuleren de auteurs de drieledige invalshoek van de studie: historisch, taalsociologisch en (socio)linguïstisch. De vragen bij deze invalshoeken worden in het boek uitvoerig belicht en beantwoord. De lezer krijgt op afdoende wijze en meestal in goed leesbaar proza uitgebreid inzicht in de taalsituatie. Voor de beantwoording van de hoofdvragen is terecht gekozen voor een chronologische beschrijving. Dankzij de historische feiten wordt duidelijk dat het Fries als taalsysteem al voor de bestuurswijziging rond het jaar 1523 onder invloed stond van het Nederduits. Economische belangen maakten het noodzakelijk dat Friezen intensief contact hadden met anderstaligen en taalcontact leidt nu eenmaal tot taalverandering.
De tien hoofdstukken volgen een chronologisch verloop. Over het algemeen is de beschrijving per hoofdstuk helder met voldoende voorbeelden en illustraties die de tekst ondersteunen. Af en toe zijn de beschrijving en uitleg echter te summier. Een uitvoeriger beschrijving was de leesbaarheid ten goede gekomen.
De leesbaarheid van de eerste twee hoofdstukken laat, in contrast met de rest, ook te wensen over. De beschrijving van de ‘Friese’ geschiedenis is veel te uitvoerig en verzandt door de veelheid aan details in een moeizame tocht door de tekst.
Nadat de standaardisering van het Nederlands steeds verder doorzette, raakten in geheel Nederland variëteiten van het Nederduits langzamerhand in onbruik. Het Friese Nederduits is in een aantal Friese steden evenwel nog altijd in gebruik, zij het voornamelijk onder oudere sprekers. In het boek krijgt dit Friese Nederduits van de steden, dat vaak Stads of Stadfries wordt genoemd, ruimschoots aandacht.
Uit interviews met oudere Leeuwarders wordt duidelijk dat het prestige van het Stadfries in de twintigste eeuw achteruit is gehold. Het is jammer dat in het boek weinig aandacht wordt besteed aan de huidige stand van zaken van het Stadfries. Ook is het jammer dat in het boek de focus op het Stads van Leeuwarden is gericht, terwijl het ‘oude Nederduits’ ook nog altijd wordt gesproken in andere Friese steden. De lezer blijft met de vraag zitten of de toestand van het Stadfries van deze steden overeenkomt met die in Leeuwarden.
De uitvoerige literatuurlijst van deze studie is veelzijdig, maar helaas niet overal alfabetisch op orde. Het boek is netjes verzorgd uitgegeven. De zwart-witillustraties zijn functioneel en grafisch goed weergegeven.
Ten slotte: het boek ontbeert registers. Het is bijna niet voor te stellen dat de uitgever het belang van registers voor dit waardevolle boek niet heeft ingezien.
Over Internationale Neerlandistiek
Internationale Neerlandistiek bevordert de dialoog tussen alle wetenschappers die werkzaam zijn op het gebied van de internationale neerlandistiek. Het tijdschrift richt zich op de Nederlandse (en Zuid-Afrikaanse) taal- en letterkunde in ruime zin, en heeft daarnaast aandacht voor interculturele aspecten van de subdisciplines, communicatiewetenschap, didactiek en nieuwe technologie in de vakbeoefening, het verloop van canoniseringsprocessen, vertalen, culturele studies en voor de cultuur van de Lage Landen.
Wilt u dit tijdschrift ook op papier ontvangen? Dat kan voordelig in combinatie met een lidmaatschap van de IVN.