Het eerste nummer van jaargang 64 van Internationale Neerlandistiek is verschenen. Dit nummer bevat drie artikelen en twee boekbesprekingen. Alle over heel verschillende onderwerpen. Zo wordt begonnen met een artikel van Alexa Stoicescu en Sara Van Meerbergen Born translated? over de internationale erkenning en vertaling van Nederlandstalige millennialauteurs. Verder gaat Lut Missinne in haar artikel Carl Friedman: grenzen aan het recht op fictie? in op de casus van deze schrijfster hoe de status van haar werk veranderde toen bekend werd dat ze niet van joodse afkomst was. Johan Vanparys behandelt in zijn artikel De lexicale behoeften van de NVT-leerder de vraag welke en hoeveel woorden een NVT-leerder moet kennen om teksten en gesproken taal op een aanvaardbaar niveau te kunnen begrijpen. Ook de boekbesprekingen van Dietha Koster en Hedde Zeijlstra zijn zeer de moeite waard. Daarover hieronder meer.
Bekijk het volledig nummer via de
Website van Amsterdam University Press
Artikelen
- Born translated?
Door Alexa Stoicescu & Sara Van Meerbergen
Dit artikel onderzoekt de transnationale circulatie van twee prominente Nederlandstalige millennialauteurs: Lucas Rijneveld en Lize Spit. Beide schrijvers debuteerden midden jaren 2010 en behaalden in uitzonderlijk korte tijd internationale erkenning, mede dankzij snelle vertalingen. Vanuit een vertaalsociologisch perspectief analyseren we met behulp van Cecilia Schwartz’ begrip multiple mediatorship meervoudige vormen van bemiddeling die literaire circulatie mogelijk maken. We situeren deze casussen binnen de opkomst van een metamoderne millennialgeneratie, gekenmerkt door affectieve crisis, relationisme en thematische oriëntatie op transnationale kwesties. Deze thematiek sluit aan bij wat Rebecca Walkowitz omschrijft als born-translated literature. Door specifiek aandacht te schenken aan de Roemeense en Zweedse receptie, laten we zien hoe perifere taalgebieden kunnen functioneren als dynamische knooppunten binnen het transnationale literaire veld.
- Carl Friedman: grenzen aan het recht op fictie?
Door Lut Missinne
Of de artistieke waarde van boeken die als hoaxes ontmaskerd worden na de onthulling overeind blijft, is een complexe vraag. Het antwoord daarop wordt meebepaald door de lezer en de context waarin het boek wordt voorgesteld. En door de manier waarop de auteur en de vertelde gebeurtenissen worden gepresenteerd en gerecipieerd. Kwesties die in het lees- en beoordelingsproces meespelen, zijn verschillende opvattingen over ‘authenticiteit’ en ‘waarheid’, over empathie en affectieve intensiteit, over de morele taak van auteur en lezer. In deze bijdrage focust Lut Missinne op de case van Carl Friedman, in het bijzonder op haar debuut Tralievader (1991). Na de onthulling dat ze zelf niet van joodse afkomst was, veranderde de status van haar werk.
- De lexicale behoeften van de NVT-leerder
Door Johan Vanparys
Welke en hoeveel woorden dient de NVT-leerder te kennen? Om op deze vraag een antwoord te bieden werd de lexicale dekkingsgraad berekend op basis van de frequentielijsten bij recente, omvangrijke corpora. Een eerste conclusie is dat er een belangrijk verschil bestaat tussen spreektaal en schrijftaal: met een gelijk aantal gekende woorden bereik je bij het luisteren een veel hogere dekkingsgraad dan bij het lezen. Ten tweede dient het geloof dat 2.000 woorden overeenkomt met een dekkingsgraad van 80%, grondig bijgesteld te worden. In de schrijftaal moet je minstens 2.500 woorden kennen om 80% van een tekst te begrijpen; in de spreektaal volstaan ongeveer 300 woorden. Ten slotte kun je met een dekkingsgraad van 80% weinig aanvangen. Voor een werkelijk begrip moet je minstens 90% van de woorden begrijpen, liefst 95%, misschien zelfs 98%.
Het zou wenselijk zijn streeflijsten te hebben voor de verschillende ERK-niveaus. Daarvoor is uitgebreid empirisch onderzoek nodig. Voor het receptieve taalgebruik, zou men bij een aantal leerders van wie het niveau gekend is, kunnen nagaan welke woorden ze begrijpen. Voor het productieve taalgebruik, zou men frequentietellingen kunnen uitvoeren op leerderscorpora.
Boekbesprekingen
- Enkele woorden over de taalreisgids Met andere woorden
Boek: Voogel, Marjolein (2025). Met andere woorden. Hoe taal je maakt en hoe taal je raakt. Zutphen, Mazirel Pers.
Door Dietha Koster
Het in 2025 verschenen Met andere woorden. Hoe je taal maakt en hoe taal je raakt is, volgens auteur Marjolijn Voogel, een persoonlijk getint verslag voor taalliefhebbers die zich bewuster willen worden van hun taalgebruik en dat van anderen. Voogel geeft aan dat dit boek zich onderscheidt van voorgaande Nederlandstalige populairwetenschappelijke publicaties over taal, doordat ze uitgaat van een sociologisch perspectief en focust op de relatie van taal met cultuur en identiteit. Het boek is opgezet als een zoektocht langs verschillende (taal)werelden, ofwel een ‘taalreisgids’. De reismetafoor is niet de origineelste, maar wel een handige kapstok om bespiegelingen aan op te hangen. De eerste drie hoofdstukken focussen op hoe kinderen taal leren, op regionale talen in een geglobaliseerde wereld en op het ontstaan van standaardtaal. Vervolgens gaat de auteur in op straattaal, inclusieve taal en debattaal.
Hoewel deze publicatie geen wetenschappelijke studie betreft, geeft de literatuurlijst inzicht in de bronnen die de auteur heeft gebruikt in de verschillende hoofdstukken.
Al met al biedt deze ‘taalreisgids’ de geïnteresseerde leek een onderhoudende en vlotlezende inkijk in verschillende taalthema’s, waarbij enigszins recente inzichten worden geboden in ontwikkelingen in de taalwetenschap en -politiek in Nederland en West-Europa. Door het sociologische perspectief vormt het boek daadwerkelijk een aanvulling op bestaande Nederlandstalige, populairwetenschappelijke literatuur over taal en de persoonlijke insteek van de auteur past bij de gekozen benadering.
- Verandering en verdriet
Boek: Weerman, Fred (2025). Het verdriet van de talen. Amsterdam University Press.
Door Hedde Zeijlstra
Het verdriet van de talen, geschreven door de inmiddels geëmeriteerde hoogleraar Fred Weerman, beschrijft het verdriet dat taalverandering én de dalende interesse in talenstudies bij taalgebruikers en -liefhebbers teweegbrengen. Tegelijkertijd onderzoekt Weerman hoe de taalwetenschap daarmee om kan gaan.
Deze twee thema’s vormen op het eerste gezicht geen vanzelfsprekend geheel. Het boek opent met de constatering dat mensen slecht overweg kunnen met veranderingen. Dat geldt zeker voor taal. Met veel gevoel voor detail laat Weerman zien dat talen voortdurend veranderen, maar niet willekeurig.
Waarom veranderen talen, en waarom juist in deze richting? Weerman schetst de spanningsboog tussen het verwerven van een moedertaal en het leren van een vreemde taal. Taalverandering weerspiegelt volgens Weerman politieke, sociale en culturele veranderingen in de samenleving.
Een wereld waarin talen elkaar intensief beïnvloeden zou een belangrijk onderzoeksgebied moeten zijn binnen de universiteit. De werkelijkheid is anders: talenstudies zitten al jaren in het verdomhoekje, met vooral dalende studentenaantallen als symptoom. Zijn talenstudies dan ten dode opgeschreven? Weerman eindigt met een positieve noot. Hij ziet mogelijkheden om talen in te bedden in bredere, maatschappelijk georiënteerde opleidingen.
Het verdriet van de talen is een waardevolle aanvulling op de discussies over taalverandering en de rol van taal in de samenleving.
Over Internationale Neerlandistiek
Internationale Neerlandistiek bevordert de dialoog tussen alle wetenschappers die werkzaam zijn op het gebied van de internationale neerlandistiek. Het tijdschrift richt zich op de Nederlandse (en Zuid-Afrikaanse) taal- en letterkunde in ruime zin, en heeft daarnaast aandacht voor interculturele aspecten van de subdisciplines, communicatiewetenschap, didactiek en nieuwe technologie in de vakbeoefening, het verloop van canoniseringsprocessen, vertalen, culturele studies en voor de cultuur van de Lage Landen.
Wilt u dit tijdschrift ook op papier ontvangen? Dat kan voordelig in combinatie met een lidmaatschap van de IVN.