Speech Wim Vandenbussche bij openingszitting Colloquium Neerlandicum

Op maandag 25 augustus 2025 begon het 22ste Colloquium Neerlandicum van de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek in Brussel.
Dit Wereldcongres voor de Neerlandistiek werd geopend met een feestelijke openingszitting met speeches van enkele belangrijke partners en met een optreden van Tom Lanoye. tijdens deze openingszitting sprak IVN-voorzitter Wim Vandenbussche de volgende openingsrede uit.

Zestienduizend.

Zestienduizend mensen studeren wereldwijd Nederlands op academisch niveau, buiten de lage landen. In Nederland zijn er dat ondertussen nauwelijks nog 650, in Vlaanderen komen er nog een paar honderd bij, dat zijn er dus alles samen met wat goede wil duizend à vijftiendhonderd.

Dat er meer dan tien keer zoveel mensen Nederlands studeren buiten ons taalgebied dan erbinnen, zegt iets fundamenteels over de internationale dimensie van onze discipline. De studie van de Nederlandse taal en letteren wordt geschraagd door fundamenten in Italië, Polen, Hongarije, Zuid-Afrika, Zuid-Korea, China, Oekraïne, Rusland, Suriname. Wij, neerlandici hier in de lage landen, van Groningen tot Rekkem, staan op de schouders van vakgenoten uit Parijs, London, Sheffield, Berlijn, Salamanca, Jakarta, Shanghai, Brasilia, Kitasato…

Maar als meer dan 90% van je studenten hun liefde voor het vak belijden en bedrijven buiten je landsgrenzen, dan zegt dat ook iets over de enorme verantwoordelijkheid die Vlaanderen en Nederland dragen voor het ondersteunen en het garanderen van die internationale neerlandistiek.

Wie in politieke tremolo’s ontsteekt over het belang van taal en cultuur hoeven we allicht niet te overtuigen van het belang van een brede internationale spreiding van een slagvaardige academische neerlandistiek.

Ook wie niet de weekheid heeft om te bezwijken voor de academische sirenenzang van de neerlandistiek, zal begrijpen dat er zonder steun aan dat vakgebied nooit sprake zou zijn van Il terzo matrimonio van het veelbelovende talent Lanoye, in de schitterende vertaling van ons bestuurslid Franco Paris. Of van de fabelachtige vertalingen in het Duits van Ultima-winnares Gaea Schoeters door Lisa Mensing, die in Münster Nederlands studeerde en onderzoek doet en prestigieuze vertaalprijzen kreeg.

Wie eerder geporteerd is voor internationale groothandel en middenstand kan niet voorbij de talloze niet-ingevulde vacatures in Italiaanse havens, waar Nederlands vereist is om import en export te faciliteren. Kennis die in harde valuta te vertalen valt, en die de tierelier van menig laaglands bedrijf doet zingen. Laat de liefde voor de neerlandistiek dus rustig ook door de geldteller gaan, en kijk met verwondering naar het ecosysteem van lobbyisten in politiek, bedrijfsleven en vele grijstinten ertussenin, waarin kennis van het Nederlands een gegeerd goed blijkt in een aardig uitgebouwde niche.

Wat uw drijfveer ook is om het belang van de internationale neerlandistiek te erkennen, besef dat het om mensenwerk gaat van al die vele collega’s die dag in dag uit het vak doen bloeien. Mensen die dat al te vaak moeten doen in moeilijke omstandigheden, op universiteiten en faculteiten waar alles van waarde weerloos is tegen marktdenken, in landen waar er aanvallen in regel gebeuren op academische vrijheid, en helaas nog steeds ook in landen waar conflict de orde van de dag uitmaakt.

Die mensen zijn de bestaansreden van de IVN. Voor hen lobbyen we ons een weg langs ministers, kabinetten, politieke medewerkers, om de belangen van de neerlandistiek te vrijwaren. Voor hen pluggen we tot vervelens toe parlementaire vragen, volgen we discussies in Tweede kamer, Vlaams Parlement en in diverse commissies en werkvergaderingen. Voor hen onderhouden we een voortdurend wijzigend netwerk met politici, journalisten, ambtenaren en diplomaten. En duwen we door tot er recht gedaan wordt aan de noden van docenten, studenten, en van het vak. In een constructieve dialoog zolang dat kan, met alle rechtsmiddelen als de overzijde niet langer thuis geeft.

Bij elke euro die er het voorbije decennium bij kwam voor de internationale neerlandistiek, was de IVN betrokken als lobbyist en aanstoker.   Maar belangrijker is dat we, waar er ook maar een schijn van een kansje was, front probeerden te vormen met anderen.  Wanneer iedereen die het goed voorheeft met de internationale neerlandistiek samen optrekt, verzetten we bergen, en is er niemand die een goed en eerlijk idee kan tegenhouden. Anders dan tijdens ons vorige colloquium, zingt het hart vandaag van intense vreugde, omdat er een ijzersterke coalition of the willing bestaat voor de internationale neerlandistiek. Ik kan in dat verband niet genoeg benadrukken hoe cruciaal de doorleefde en oprechte bromance is met de nieuwe algemeen secretaris van de Taalunie, Gunther Van Neste. Zijn organisatie is met hem in veilige en bekwame handen, we voelen oprecht wederzijds respect, en we weten allebei dat die samenwerking de garantie is voor de beste toekomst van de mensen om wie het gaat.

Dat hebben we gevoeld en gezien bij het samen netjes neerleggen van het extra miljoen voor de neerlandistiek, waarover later deze week heel wat meer. Ook het meerjarenplan van de Taalunie heeft een ambitieus luik voor de internationale neerlandistiek waarover we mee aan tafel zaten, samen met andere belanghebbenden. En ook het Actieplan voor de Neerlandistiek dat in stelling gebracht wordt, is de vrucht van overleg met heel veel partnerorganisaties. Samen sterk is meer dan een slogan, en de Taalunie kan rekenen op de IVN als een loyale partner om dit verder uit te dragen. Loyaal, maar stekelig, als een fijne bevriende cactus.

We voelen ook de steun van diplomatie: Vlaamse vertegenwoordigingen en Belgische en Nederlandse ambassades maken het verschil voor evenementen van leerstoelen wereldwijd. Ik roep beleidsmakers daarom uitdrukkelijk op om hun middelen voor academische en culturele activiteiten van het corps diplomatique te versterken.

Neem de neerlandistiek mee als vast thema op buitenlandse missies, pak ermee uit, en gebruik de macht en impact die u heeft om het internationale taal- en cultuurbeleid te versterken, en van die opleidingen een speerpunt van trots, belang en kwaliteit te maken, net zoals u dat doet met de andere troeven van uw regio’s.

Voor alle duidelijkheid: we voelen de steun van beleidsmakers al wel degelijk. Dat we in dit Belpaire-gebouw welkom geheten worden, is een duidelijke eerste invulling van de belofte in het Vlaamse regeerakkoord om resoluut te kiezen “voor een bloeiende en toekomstgerichte internationale neerlandistiek ter bevordering van het Nederlands wereldwijd, met bijzondere aandacht voor het bestendigen van het Nederlandstalige academische onderwijs en onderzoek in het buitenland.” Het is bovendien nooit te laat om te dromen van een soortgelijke passage in een Nederlands regeerakkoord, ook in tijden van draconische besparingen die het wezen van de Nederlandse universiteiten bedreigen, en dat van de talenstudies in het bijzonder. We voelen die steun ook vanuit de Brusselse regering die in moeilijke omstandigheden de verlichte keuze maakte voor een ministerie voor meertaligheid, met het Nederlands als evident onderdeel van zo’n meertalig beleid.

We weten ons gesteund door de vele civil servants die dat beleid uitvoeren, in dit eigenste huis, op de vertegenwoordigingen erbuiten, maar ook benoorden de rijksgrens. We hebben onze feesten van angst en pijn gehad in onderhandelingen met ministeries, maar het was een eer om met het allerbeste van ambtenarij het publieke belang na te streven.

De kleinzoon van de ambtenaar die ik ben is dus voldaan, maar ik ben ook slagerskleinzoon met een brilletje. En in de beste middenstandtraditie vraag ik dus met vermetele geest: ‘Mag het ietsje meer zijn?’

Op het risico af onbeschoft te zijn en het gegeven paard in de bek te kijken, nu de Nederlandse kamerleden een miljoen extra gunden aan de internationale neerlandistiek: mag het ietsje meer zijn? De Taalunie en de IVN berekenden 6 jaar geleden dat je met de bijdrage per hoofd in de lage landen voor de internationale neerlandistiek, met 50 1 glas water kunt bestellen op een zonnig terras. 4,5 cent per hoofd in Vlaanderen en Nederland samen. Dat verdubbelt nu door het amendement van der Molen/ van der Woude. We kunnen dus met 25 rietjes een glas leegslurpen, al we inflatie even vergeten. U zal het ons niet euvel dulden dat de vreugde om die extra slok, niets afdoet aan de fundamentele vraag om een verdere uitbouw van de investeringen in de internationale neerlandistiek.

Ook in tijden van budgettaire buikriemen maken onze regeringen keuzes om te investeren, en de internationale neerlandistiek is een goede investering – nogmaals: de internationale neerlandistiek is een goede investering - die niet enkel diplomatiek, intellectueel en artistiek rendeert, maar ook economisch. Mocht men kiezen om een toelage eventueel te verbinden aan bevoorrechte bevriende regio’s, handelsoverwegingen of specifieke projecten, dan behoort dat tot de vrijheid van wie gelegitimeerd werd door het kiespubliek. Maar de vraag om steun blijft legitiem.

De bedragen die een verschil kunnen maken zijn bovendien relatief gezien peanuts.  Wat we nu al investeren is een schijntje in het licht van de begrotingsomvang van Vlaanderen en Nederland, en futiel in vergelijking met wat aan bepaalde belangengroepen toebedeeld wordt. Hier zitten mensen in de zaal die zeshonderd euro per maand verdienen voor hun voltijdse docentschap, hier zijn collega’s wiens loon lager is dan dat van een caissière om de hoek van hun faculteit. Maar dat zijn wel die mensen die onze taal een leven lang doen zingen en werken in het hoofd van die zestienduizend studenten wereldwijd. Zij verdienen onze steun.  En ze verdienen de uwe.

Want het werk van die mensen is wetenschappelijk hoogstaand. En die excellentie vieren we op dit wereldcongres, dat een staalkaart biedt van de enorme diversiteit van ons vak. De komende vijf dagen schitteren jonge en ervaren onderzoekers, en laven we ons aan de weldadige overvloed aan kennis van collega’s wereldwijd. Hier toont de neerlandistiek zich zoals ze echt is: een kruispunt en een gemeenschap van expertise waarbij het verschil tussen binnen en buiten het taalgebied van geen tel is. Ons vakgebied is een, en onze onderzoekgemeenschap is van de wereld.

Wat zinvol en oprecht is, wat sociaal en wetenschappelijk relevant is, kan niet in afzondering bestaan. Net zoals het Nederlands voortdurend in contact is met andere talen, is de neerlandistiek als discipline per definitie ook in voortdurend contact met de studie van andere talen en culturen. De erkenning en omarming van die meertalige realiteit, doet op geen enkele wijze afbreuk aan de intrinsieke waarde van en waardering voor het Nederlands. Het zou grotesk zijn om wereldwijd de studie van het Nederlands te stimuleren (en dus de facto meertaligheid te promoten), en binnenshuis plots koudwatervrees te krijgen voor alles wat met taalcontact te maken heeft. Ons thema ‘Nederlands in meertalige contexten’ is dus uitdrukkelijk te lezen als een uitnodiging om de realiteit van onze taal en de studie ervan diepgaand te verkennen, vertrekkend vanuit het intrinsieke belang dat we aan het Nederlands en aan de neerlandistiek hechten. Die twee gaan samen, en in die geest roepen we dus ook op om de komende vijf dagen honderd neerlandstieken te laten bloeien. En ja, in die ruiker zitten in gedachten ook de vergeet-me-nieten voor de vrienden en collega’s die er vandaag niet meer bij kunnen zijn, maar op wiens schouders we blijven staan.

Lieve collega’s, lieve vrienden van de neerlandsitiek, wees welkom.