Vijf vragen aan... Jenneke Oosterhoff

Vraag 1: Geef eens een korte beschrijving van je instituut of afdeling (hoeveel studenten, hoeveel afgestudeerden per jaar, is je instituut een docentschap, bijvak of hoofdvak, hoe breed is het repertoire (taalverwerving, literatuur, taalkunde, cultuur, vertaalkunde, ...)?

Ik werk aan de University of Minnesota binnen de afdeling German, Scandinavian and Dutch. Op het moment hebben we 56 studenten die Duits als hoofdvak studeren (voor de Bachelor) en 64 die het als bijvak studeren. In het programma Scandinavistiek studeren 30 hoofdvakstudenten en 20 bijvakstudenten. Er zijn verder 5 studenten die naar een MA toewerken en dan nog 19 die gaan promoveren: 15 in Duits, 3 in Middeleeuws-Germaanse Studies en dan nog 1 in Duits&Scandinavistiek. Het vak Nederlands, dat hier al sinds 1970 wordt gedoceerd, kan alleen als bijvak worden gestudeerd. Het College of Liberal Arts handhaaft gelukkig nog steeds de verplichte vreemde taal in de bachelor, dat betekent dus dat iedere student die met een BA aan het College of Liberal Arts afstudeert, twee jaar een vreemde taal moet hebben gestudeerd. Zouden ze dat ooit afschaffen, dan zou dat een ramp voor ons programma zijn. Het Nederlandse programma is klein, zo'n dertig studenten. Het is wel eens veel meer geweest, maar de crisis heeft hier behoorlijk in het onderwijs huisgehouden en de prioriteiten van studenten verschoven. Toch geven we nog steeds op drie tot vier verschillende niveaus les (het hangt er een beetje van af hoeveel studenten het bijvak Nederlands helemaal afronden, waarvoor je minstens vier jaar nodig hebt). In het eerste jaar werk ik met Code en daar haal ik allerlei dingen bij: kinderliteratuur (Guus Kuijer, Annie Schmidt), afleveringen uit Sesamstraat (simpele dingetjes), jeugdjournaaluitzendingen, Lingo, dat soort dingen. In het tweede jaar werk ik met Nederlands in actie en ook daar moet het materiaal enorm verrijkt worden (teksten zijn zo gauw weer uit de tijd) en daarvoor gebruik ik jeugdliteratuur (o.a. Carry Slee), kinderprogramma's zoals Sesamstraat en Buurman en Buurman, maar ook redelijk goed te verstane dingen uit bijvoorbeeld Draadstaal (lachen!) en filmpjes van Youtube of Uitzending gemist over allerlei thema's zoals gezondheid, het onderwijs, politiek, cultuur. Bij die filmpjes schrijf ik dan transcripten en oefeningen. Het probleem van de grammatica (die in geen enkele methode voldoende wordt behandeld) heb ik een aantal jaren geleden opgelost door zelf voor Routledge een basisgrammatica en een gevorderdengrammatica te schrijven die de studenten ernaast hebben om de regels te leren en te oefenen. Dat werkt prima want ik weet precies wat er in die boeken staat. In het derde jaar heten de cursussen bij ons "Conversation and Composition" of "Topics in Dutch Literature/Culture". Dat is lekker open en daar kan ik dan in stoppen wat ik wil. De nadruk ligt dan ook zeer op het intensiveren van het schrijven en het spreken. Ik doe in die cursussen altijd een combinatie van jeugdboeken, volwassenenliteratuur en film. De meeste films op DVD kun je tegenwoordig met Nederlandse ondertiteling krijgen dus ik laat bijna nooit meer Engelse ondertiteling lezen, het is niet nodig en de Nederlandse ondertiteling is nog eens een extra oefening. Thema's die altijd weer goed aankomen zijn de tweede wereldoorlog, de familie in de Nederlandse literatuur en film, de multiculturele samenleving en de wereld van de jeugd in het verleden en heden. En over die thema's verschijnen steeds weer andere boeken en films dus daar heb je dan te kust en te keur mogelijkheden.

Vraag 2: Waarom ben je zelf ooit Nederlands gaan studeren? En waarom kiezen studenten in Amerika er nu voor om Nederlands te leren?

Ik kies deze vraag als tweede omdat ik nou juist geen Nederlands heb gestudeerd en ik graag het beeld wil corrigeren dat we allemaal met een MA of PhD in de Neerlandistiek ons werk staan te doen. Ik heb Duits in Groningen, Berlijn en Zürich gestudeerd en ik ben in 1991 in de VS terechtgekomen waar ik op mannelijkheidsvormen in het werk van Arthur Schnitzler ben gepromoveerd. Dat kwam omdat er vanuit Washington University in St. Louis gezocht werd naar PhD-kandidaten die daar ook Nederlands moesten gaan geven, er was toen net een klein maar levendig Nederlands programma opgezet. Ik heb in die tijd altijd zowel Nederlands als Duits gegeven. Uiteindelijk ben ik in 1998 in Minnesota terechtgekomen omdat ze hier toen dringend iemand voor Nederlands nodig hadden maar ik kon er toen ook nog jarenlang Zakenduits bij doen. Tussendoor heb ik een lange tijd alleen Nederlands gegeven, maar sinds 2010 doe ik ook weer af en toe een cursus Duitse cultuur. Duits is overigens vaak een reden waarom studenten Nederlands gaan doen. Ze hebben dan al een basiskennis Duits en willen nog een taal leren die er dichtbij ligt. Anderen leren het omdat ze onderzoek willen doen met Nederlandse bronnen (geschiedenis, kunstgeschiedenis, maar ik had bijvoorbeeld ook eens een studente die Nederlandse artikelen over verloskunde las, om maar wat te noemen), weer anderen hebben Nederlandse voorouders, sommigen willen er studeren of hebben er een "significant other" en dan zijn er ook nog die geen idee hebben waarom ze Nederlands leren, maar die de cursusbeschrijving in de studiegids wel leuk vonden en in wiens studierooster het wel paste. Tja, de gekste redenen dus.


Vraag 3: Wat is je leukste ervaring met een student tijdens de colleges/lessen Nederlands?

Dit is een leuke vraag om te beantwoorden maar eigenlijk kun je die vraag niet zo stellen. In ons vak maken we duizenden vreselijk leuke en duizenden vreselijk rottige dingen mee. Ik zou het niet zozeer willen vastpinnen op één student en één ervaring. De mooiste herinnering uit mijn hele loopbaan was een cursus over gender in Nederlandse film en literatuur die ik had "gecrosslist" met wat bij ons toen nog "Women's Studies" was maar inmiddels "Gender, Women and Sexuality Studies" heet. Daar zaten, als ik me goed herinner, 10 van mijn eigen studenten uit het Nederlandse programma in en 6 uit GWSS. Mijn eigen studenten kende ik door en door, maar die studenten uit GWSS waren nieuw voor mij en voor de anderen. Maar het klikte meteen. Ik moet er voor de duidelijkheid bij zeggen dat ik die cursus in vertaling gaf. We lazen o.a. Het meesterstuk van Anna Enquist, De vriendschap van Connie Palmen, Een hart van steen van Renate Dorrestein en we keken naar films zoals Antonia, Meisje, Zus en zo en Crocodiles in Amsterdam. Wat ik er ook bij moet vertellen is dat Renate Dorrestein ons vereerde met een bezoek aan die cursus, ze was in 2005 een week in mijn programma en leidde toen de discussie over haar boeken. Die cursus liep als een trein. Ik hoefde bij wijze van spreken niets te doen. Soms kwam ik binnen en dan was de discussie al aan de gang, dan kon ik er niet eens tussen komen. Bij de studenten die niet zoveel zeiden kwamen de tongen in de reading journals en de essays wel los. Sommigen zeiden dat ze de boeken mee naar huis hadden genomen omdat ze vonden dat "my mother has to read this". Anderen zeiden dat ze door mijn cursus heel anders over dingen waren gaan nadenken. In de evaluaties las ik dingen zoals "this course changed my life". Toen die cursus afgelopen was ben ik in een depressie gezakt, wat miste ik die groep.
 

Vraag 4: Hoe kijkt een student Nederlands uit Minneapolis/St. Paul aan tegen Nederland of Vlaanderen? Wat ervaren ze als de grootste verschillen tussen Nederland en Vlaanderen en Amerika?

Ja, weer een vraag die ik graag beantwoord maar die je ook niet op één student kunt vastpinnen. De antwoorden zijn zo verschillend als dag en nacht. Ik heb in mijn programma altijd studenten van allerlei pluimage gehad en ik denk niet dat dat ooit zal veranderen. Ze denken er allemaal anders over en sommigen laten dat merken ook en niet altijd op een leuke manier. Er zijn er die verschrikkelijk veel moeite hebben met de Nederlandse openheid wat seksualiteit en andere thema's betreft waar hier nogal wat taboes op rusten. Laat je Antonia zien, dan zeggen sommigen aan het eind helemaal in tranen dat het de mooiste film is die ze ooit hebben gezien, terwijl je van anderen woedende emails krijgt, zo van, laat me nooit meer zo'n smerige film zien en hoe haal je het in je hoofd om zo'n film in een les Nederlands te vertonen. Laatst kreeg ik er zelf een mooi staaltje van te zien. Moesten de studenten presentaties doen, het thema mochten ze zelf uitzoeken. De uiteenlopendste twee presentaties waren er een over de krakersbeweging in Groningen waar de studente zelf als illegaal twee jaar aan had deelgenomen en een andere over de calvinisten die in de 19e eeuw een Nederlandse gemeenschap in Michigan startten. Die twee presentaties kwamen ook nog vlak na elkaar, illustrerender kan het niet. Zo zeer liggen de achtergronden uit elkaar. En dat is moeilijk om mee te werken. Nog een mooi voorbeeld. In een test als essayvraag moesten de studenten hun mening geven over een reclamefoto van de HEMA waarop een mannelijk model met blond haar en in een jurk een push-up beha modelleert. Het kwam precies zo uit als ik verwachtte: sommigen vonden het uitermate "cool" en zeiden zelfs dat die beha dus prima werkte want je zag het effect onder die jurk, en sommigen vonden het ronduit ongepast of schandalig. Dat is Amerika. Never a dull moment.

Vraag 5: De internationale neerlandistiek is altijd in beweging. Wat zie jij als een goede ontwikkeling in de afgelopen jaren? En welke nieuwe ontwikkelingen zou je graag willen zien?

Van ons wordt verwacht dat we deze vraag in de rubriek in elk geval beantwoorden en dat zal ik dus ook doen, maar ik vind het een moeilijke vraag. Me voorzichtig uitdrukkend zou ik zeggen dat het niet veelbelovend gaat met Nederlands in de VS en nu spreek ik natuurlijk niet over de kwaliteit van het curriculum, want ik weet uit uitwisselingen met  de collega's dat we allemaal met hartstikke leuke en goede dingen bezig zijn, maar het gaat in de eerste plaats om de omvang van de programma's. Er wordt bijvoorbeeld van staatswege al vreselijk bezuinigd, zo zijn bijvoorbeeld de title VI beurzen (beurzen waarmee de "less commonly taught languages" hier worden ondersteund) min of meer gehalveerd. Ook de Taalunie heeft al aangekondigd dat de programma's in de VS slachtoffer zullen worden van haar volgende bezuinigingsronde. Verder hebben de individuele universiteiten ook met bezuinigingsmaatregelen te kampen, waardoor (in ons geval dan) de collegegelden verhoogd moeten worden wat weer tot gevolg heeft dat de gemiddelde student veel kieskeuriger gaat worden in het bepalen van wat hij of zij voor het afstuderen nodig heeft. Ze vragen niet meer hoe een vak hun opleiding verrijkt maar hoeveel geld ze ermee kunnen verdienen. In deze tijd is het dus heel belangrijk dat er samenwerking bestaat tussen verschillende instituten/afdelingen en dat er in de toekomst meer interdisciplinair gewerkt wordt. Verder werken wij aan een betere zichtbaarheid van het nut van het leren van vreemde talen op websites en in studiegidsen, zodat studenten die verplichte vreemde taal niet als een last, maar als een deur naar een bredere kans op de arbeidsmarkt gaan zien. Met het oog op die arbeidsmarkt zou het zinvol zijn om onder andere een vertaaltak te ontwikkelen binnen de opleiding, eventueel in samenwerking met het Nederlandse Vertaalfonds en vertaalscholen in Nederland. Er is niet alleen een gebrek aan vertalers N-E en E-N, maar ook, en daar heb ik het al eens in Internationale Neerlandistiek over gehad, wordt er bar weinig Nederlandse literatuur vertaald. Studenten hebben over het algemeen meer belang bij taalverwerving en vertaling dan bij cursussen cultuur, want ze zien in het vertalen uiteindelijk meer nut. Waar Amerikanen (en nu stel ik me de ouders van m'n eigen studenten voor) zich nog steeds te weinig van bewust zijn, is dat dit een vreselijk monolinguaal land is en dat hun kinderen door het studeren van een vreemde taal zouden kunnen leren empathischer over andere talen en de wereld buiten Amerika na te denken.