Grammaticaal zijn we allemaal

Alle bestaande kennis over de Nederlandse en Friese grammatica beschikbaar maken voor een internationaal wetenschappelijk publiek. Dat is de doelstelling van het project Taalportaal. Een samenwerking tussen het Meertens Instituut, de Universiteit Leiden, het Instituut voor Nederlandse Lexicologie en de Fryske Akademy. Sinds deze week zijn de eerste gegevens beschikbaar via de website www.taalportaal.org.

Het Nederlands is een relatief kleine taal, maar heel goed onderzocht. Na het Engels is het Nederlands waarschijnlijk de taal waar het meest over bekend is. En dat komt doordat er in Nederland zoveel taalkundigen rondlopen. Nederlandse taalkundigen hebben Nederland internationaal op de kaart gezet door een belangrijke rol te spelen in allerlei theoretische discussies over taal. Vandaar dat er binnen de internationale taalkundige gemeenschap behoefte bestaat aan één platform voor de Nederlandse grammatica. Om aan die behoefte te voldoen wordt het Taalportaal ontwikkeld.

Ton

Ton van der Wouden

Taalwetenschapper Ton van der Wouden coördineert dit grootschalige project, dat mogelijk wordt gemaakt door NWO. Zelf is hij gespecialiseerd in de morfologie, de woordvorming van het Nederlands. Grammatica wordt in het Taalportaal breed opgevat, licht hij toe. Net als de zinsbouw (of syntaxis), is ook de woordbouw onderhevig aan grammaticale regels.

“Zo kun je van werkwoorden bijvoeglijke naamwoorden maken via hetzelfde procedé: lezen en schrijven kun je omvormen tot leesbaar en schrijfbaar. En hetzelfde geldt voor de klankgrammatica. In het Nederlands kun je wel woorden beginnen met de opeenvolging pr-, zoals inpraten, maar niet met rp-.”

Grammatica en spelling

In feite gaat het om regels die iedere moedertaalspreker van het Nederlands onbewust toepast. “Het zijn dingen die mensen over het algemeen goed doen”, aldus Van der Wouden. En dat komt doordat we ze van jongs af aan meekrijgen. Dat in tegenstelling tot schrijven, dat we pas op latere leeftijd leren. “Daarin maken we veel meer fouten. Wanneer mensen spreken van ‘taalfouten’ gaat het meestal om spelfouten.”

“Er zijn natuurlijk ook grammaticale fouten als hun hebben en groter als, voor zover je daar van fout kunt spreken. Maar dat zijn eigenlijk uitzonderingen. Dat het werkwoord op de tweede plaats komt in een hoofdzin, dat hoeft niemand op te zoeken.” De grammatica in het Taalportaal is dan ook niet normatief, maar beschrijvend. Daarin verschilt de grammatica van de spelling. “Er is een commissie die vaststelt hoe je moet spellen, maar er is geen commissie die voorschrijft hoe je zinnen moet maken.”

Grammaticale veranderingen

Het Taalportaal beschrijft hoe de hedendaagse grammatica van het Nederlands eruit ziet, op basis van bestaande publicaties. En omdat ook de grammatica van het Nederlands verandert, zal de informatie in de toekomst up-to-date worden gehouden. “Het lijkt erop dat syntactische veranderingen langzamer gaan dan bijvoorbeeld klankveranderingen. Maar dat betekent niet dat de grammatica stilstaat.”

“We weten dat er de afgelopen 700 jaar ontzettend veel veranderd is in de zinsbouw van het Nederlands. De naamvallen zijn verdwenen en daardoor is de woordvolgorde strakker geworden. De aanvoegende wijs is verdwenen (nog wel in vaste uitdrukkingen, zoals Leve de Koning(in)!). We hebben meer hulpwerkwoorden gekregen. De zelfstandig naamwoordgroep is veel ingewikkelder dan ie vroeger was: De in dit rapport gesignaleerde tekortkomingen, dat kon je in de vijftiende eeuw echt niet schrijven.”

Spreektaal en schrijftaal

Dat laatste laat ook een verschil zien tussen spreektaal en schrijftaal. Van der Wouden: “Eerst was het schrift een representatie van gesproken taal. Maar omdat je tijdens het schrijven meer tijd hebt om na te denken, kun je veel ingewikkelder zinnen maken. Dit leidde tot een kloof tussen gesproken en geschreven taal.”

“Bovendien zie je in de zeventiende eeuw een opkomst van Latinistische constructies: De troepen uitgeput zijnde hebben een kamp opgebouwd . P.C. Hooft probeerde de Romeinse schrijver Tacitus na te doen met dat soort zinnen. Tot begin twintigste eeuw is dat mode geweest.”

“Op een gegeven moment kon je ook aanzien verwerven door schrijftaal te spreken. Dominees en grote redenaars gingen juist heel lange zinnen maken. Maar als gewoon mens doe je dat niet. Je hebt ook spreektaalconstructies die je absoluut niet op kunt schrijven: Ik ben eigenlijk ben ik docent Frans. Dat kun je in spreektaal makkelijk zeggen. Die verdubbeling heeft bovendien een functie: je wilt iets benadrukken. En als je mensen afluistert in de trein of op de markt zeggen ze niet: Ik zeg dat ik kom, maar Ik zeg: ik kom.”

Koppelen aan data

“Het is de bedoeling dat het Taalportaal in de toekomst ook gekoppeld wordt aan grote corpora. Op die manier kun je dingen die beschreven worden ook laten zien aan de hand van echte data. Een koppeling met grote woordenboeken ligt voor de hand. Maar ook een koppeling met dialectdata en data uit verwante talen, zoals het Afrikaans en het Vlaams.”

“Het Surinaams-Nederlands is sinds kort aandachtspunt van de Taalunie. Er zijn twee Surinaamse woordenboeken, maar verder is er volgens mij nog nooit iemand geweest die heeft nagedacht over syntactische variatie in het Surinaams-Nederlands. Kortom, ook als alle informatie in het Taalportaal is ontsloten, is er nog genoeg werk te doen.”

Bron: kennislink.nl